Gloeibougies testen, maar op de juiste manier

Stap 1: Met een tang-ampèremeter wordt de stroomopname aan de hoofdstroomverbinding naar de gloeibougies gecontroleerd. Als zich bijvoorbeeld vier gloeibougies in de motor bevinden en elke bougie gebruikt 5 ampère, moet de totale stroomopname aan de toevoerleiding 20 ampère bedragen. Als er minder gemeten wordt, is minstens een gloeibougie defect. De stroomopname verschilt van gloeibougie tot gloeibougie. De gegevens voor alle gloeibougies vindt u op www.ngk.de/pro.

Stap 2: Als een gloeibougie defect is, is het raadzaam om de complete set te vervangen. Als alleen de defecte gloeibougie vervangen wordt, moet elke gloeibougie apart getest worden. Met een meetapparaat dat geringe testspanningen kan aangeven, wordt de weerstand tussen de aansluitmoer-terminal en de metalen behuizing gemeten.

Om een gloeibougie correct te testen heeft u een tang-ampèremeter nodig om de stroomopname te controleren.
Om een gloeibougie correct te testen heeft u een tang-ampèremeter en de correcte meetpunten nodig