Het optimale temperatuurvenster
Bougies hebben een speciaal temperatuurvenster nodig, om optimaal te kunnen werken. De ondergrens van dit venster ligt bij 450 °C bougietemperatuur, de zogenaamde zelfreinigingstemperatuur. Vanaf deze temperatuurdrempel worden de roetpartikels verbrand die zich op de punt van de isolator opgehoopt hebben.
Als de bedrijfstemperatuur constant lager is, kunnen zich elektrisch geleidende roetpartikels afzetten, totdat de ontstekingsspanning geen vonk meer vormt maar in plaats daarvan naar de voertuigmassa geleid wordt.
Vanaf een bougietemperatuur van 850 °C wordt de isolator zo sterk verhit, dat er aan het oppervlak van de isolator ongecontroleerde ontstekingen kunnen ontstaan, de gloeiontstekingen. Zulke ongecontroleerde, abnormale verbrandingen kunnen motorschade veroorzaken.



