Invloedsfactoren bij de productontwikkeling
De wereldwijde discussie over de bescherming van het milieu en het klimaat, beperkte fossiele grondstoffen en de stijgende benzineprijzen heeft het publieke bewustzijn aanzienlijk veranderd. De verdere verbetering van de efficiëncy van de verbrandingsmotoren, de inzet van nieuwe technologieën en CO2-besparende alternatieve brandstoffen zijn bij moderne motorconcepten erg in trek.
Dit betekent een grote uitdaging voor de auto- en toeleveringsindustrie en heeft een directe invloed op de ontwikkeling van nieuwe bougies, gloeibougies en lambdasondes.
Efficiëntere verbranding en verlaging van de emissie van schadelijke stoffen
Moderne motoren moeten aan steeds strengere milieurichtlijnen voldoen (trefwoord: Euronormen). Een grote uitdaging vormt daarom de efficiëncy van de motor, de reducering van het verbruik en de verlaging van de emissie van schadelijke stoffen. Door de ontwikkeling van de meest verschillende technologieën bij bougies, gloeibougies en lambdasondes ondersteunt NGK de autofabrikanten zo optimaal mogelijk bij hun afzonderlijke strategie..
Downsizing
De cilinderinhoud van Ottomotoren wordt steeds kleiner - terwijl het vermogen hetzelfde blijft. Een trend, die "downsizing" genoemd wordt. Het verbruik en de milieubelasting worden verlaagd. Om ervoor te zorgen dat genoeg vermogen beschikbaar is, werken zulke motoren vaak met turboladers en/of compressoren. In- en uitlaatventielen nemen hier veel ruimte in, net als de koelkanalen. Dit stelt bijvoorbeeld bijzonder hoge eisen aan de afmetingen, de ontstekingszekerheid en het warmtegedrag van de bougies.
Alternatieve brandstoffen, bijv. werking op gas.
Steeds meer motoren worden op een "bivalente werking" omgebouwd. Dat betekent: Ze kunnen gebruikelijke benzine of een gas (LPG/CNG) verbranden. Dit betekent dat bijvoorbeeld voor de bougies de eisen hoger worden wat temperatuurbelasting en ontbranding aangaat..
Slijtage
De door de autofabrikanten vastgestelde vervangingsintervallen voor bijvoorbeeld bougies varieëren tussen de 30.000 en 120.000 kilometer. Dit is een uitdaging, want elke ontstekingsvonk verliest microscopisch geringe hoeveelheden materiaal. Door deze "vonkerosie" stijgt de benodigde ontstekingsspanning met circa 500 Volt per 20.000 kilometer. Aan deze eisen wordt voldaan door de ontwikkeling van speciale bougietechnologieën..



